De dichter van Groenveld en Valkkoog

Tijs Rens

(1819 - 1903)

In de 19e eeuw woonde er in het plaatsje Groenveld een man met een bijzondere belangstelling voor geschiedenis.Tijs Rens, alias ‘de dichter’.
Hij schreef vaker brieven in rijm dan op de gebruikelijke wijze. Brieven aan bestuursleden van waterschappen, kerk, gemeente, school en ook de burgemeester werden in rijm geschreven.
Thijs verwierf in 1858 bekendheid door zijn artikelen in de Schager Courant over de strijd tussen de West Friesen en Graven van Holland rondom Schagen.

Thijs Rens en Maartje Keijzer (2e) echtgenote

Tijs Rens werd geboren in 1819 te Burgerbrug. Reeds tijdens zijn schooltijd begon hij al gedichten te schrijven. Hij huwde op 20 mei 1843 met Trijntje Horn uit Winkel. Dit is tevens het jaar waarin zij op Groenveld kwamen wonen in de 18e eeuwse stolp die op Foto 40 nog te zien is.
Deze stond op de hoek Groenveldsdijk-Groenvelderweg (op deze plek staat nu de boerderij van de familie Hetteling. Deze werd gebouwd in 1902 en kreeg de naam ‘Groenveldhoeve’). Op een kasterkaartje van rond 1820 is te zien dat de Groenveldsdijk toen ‘Groenvelds weg’ heette en de Groenvelderweg ‘Schager Waard’.

Na het overlijden van Trijntje Horn trouwde hij op 30 december 1848 met Maartje Keijzer afkomstig van Wieringen. De groepsfoto is gemaakt ter ere van hun 50-jarig huwelijk in 1898.

Gedichtenbundel uit 1901

In het jaar 1901 liet hij aan zijn kinderen een boekwerkje na met een aantal van zijn gedichten. Hij had er 11 laten drukken.
Klik hier voor het gedicht dat over Groenveld gaat.


Kadasterkaart rond 1820

Deze foto is gemaakt ter ere
van hun 50-jarig huwelijk in 1898.


Dick Burger leverde in 2020 dezelfde foto, maar nu voorzien van namen

Gedicht van Arie en Cornelis Rens aan hun jarige vader in 1865 (aangeleverd door Dick Burger in 2002)

Ter verjaring 
Aan Onzen Zeer 
Geliefden Vader.

Wij vader! wijden U dit lied,
Die op deez blijden morgen,
't Geboorte uur verjaren ziet,
Dat zoo veel stofs tot danken biedt,
Ondanks na vele zorgen.

Ja! zorgen drukten vaak uw hoofd,
Voor Godes roepstem neder;
Een talrijk kroost scheen u beloofd,
En werdt ge ook niet van tal beroofd,
Toch nam Hij velen weder.

Doch 't zestal dat deez aard ontvlood,
Ziet juichend op ons neder;
Hun aanzigt blinkt als 't morgenrood,
Zij bragten 't offer aan den dood!
Doch jub'len blij en teder!

Zij jub'len met den zaal'gen stond,
Die God u thans nogt schenken;
Wij willen ook met hart en mond,
Den zegen van deez ochtendstond,
In dankbre vreugd gedenken.

Moge 't offer van ons kinderhart,
U balsem zijn in 't leven;
Wij deelen graag uw vreugd en smart,
En willen kweeken in het hart,
Wat vadervreugd kan geven.

Dat na die dag dan menig jaar,
Voor u nog moge schijnen,
Dat God u steeds voor onspoed spaar;
U met uw dierbren lang bewaar,
En zorg steeds doe verdwijnen!

Uw liefhebbende en gehoorzame
Kinderen,
Arie en Cornelis Rens
Valkoog, 27 Maart 1865

1.) Tijs Rens 2.) Maartje Keizer 3.) Arie Rens 4.) Neeltje Bas 5.) Tijs Rens 6.) Arie Rens 7.) Maartje Rens 8.) Trijntje Rens 9.) Jan Rens 10.) Cornelis Rens 11.) Elizabeth Biesboer 12.) Tijs Rens 13.) Piet Rens 14.) Grietje Biesboer 15.) Tijs Rens


De foto’s en de gedichtenbundel zijn ter beschikking gesteld voor de website door Dirk Wit (Schagen).
Het gedicht en groepsfoto met namen werden aangeleverd door Dick Burger te Tollebeek.
Bron: Dirk Wit en J. van Lunsen, 2016