Familie Koedijk

Ode Koedijk woont sinds 2018 met zijn vrouw Caroline en kinderen Jos, Teun en Bram aan het Sluiswegje te Groenveld.
Hun verhaal verscheen in het Noord-Hollands Dagblad:

Wim en Diny wilden kleiner wonen.
Ze delen nu hun stolp in Groenveld met jong gezin.
’Waar nodig helpen we elkaar’

Wim en Diny Rijnsburger streken in 1994 neer in het rustieke Groenveld.
De huidige stolp dateert van 1903, maar de oudste delen zijn eeuwen oud. Het echtpaar woonde in de aanbouw uit de jaren vijftig. In de bedrijfsruimte had keramiste Diny haar atelier en pianist Wim zijn oefenruimte.

„We wonen er heel prettig, voorheen als gezin met onze drie kinderen. Maar die zijn al jaren uitgevlogen. De woon- en werkoppervlakte van duizend vierkante meter werd ons te groot”, vertelt Wim.

Hij en Diny wilden kleiner wonen. In een andere woning in de stad Schagen. Of door op eigen erf een nieuw huis te laten neerzetten. Die laatste optie viel af doordat de gemeente geen toestemming gaf. „Maar de gemeente gaf ook aan wat wél kon. Zo ontstond het idee van splitsing”, aldus Wim.

Tussenmuren

Het vierkante met voormalige bedrijfsruimte werd met tussenmuren volledig afgescheiden van de aanbouw. Voorheen liepen beide ruimten naadloos in elkaar over. Beide woongedeelten beschikten al over een eigen entree.

 

Hele grote hobbels hoefden niet te worden genomen, aldus Wim: „We moesten wél veel aandacht schenken aan deakoestische afscheiding, zodat je geen geluidsoverlast zou hebben van elkaar. Ook de aansluitingen op gas, water en elektra moesten worden gescheiden zodat ieder zijn eigen meters heeft. En het parkeren was nog een puntje.”

Hij en Diny zijn heel erg te spreken over de medewerking van de gemeente Schagen. Binnen enkele maanden was de vergunning rond.

„En weet je wat zo leuk is?”, besluit Wim, „In de aanbouw wonen nu Ode Koedijk en zijn vrouw Caroline met hun drie zoons. Ode is geboren in de stolp en heeft er gewoond tot zijn zevende. Hij is teruggekeerd op vertrouwde grond. We kunnen het prima vinden met elkaar. Waar nodig helpen we elkaar.”